Een harde tante, zegt men. Eentje die de dingen zegt zoals ze zijn. Dus mogen we haar welllicht geloven wanneer ze zegt dat ze dit niet had zien aankomen, zoals ze gisteren op Radio 2 Antwerpen vertelde. Vooral nadat bleek dat asiel en migratie naar open VLD zou gaan, dacht ze niet in aanmerking te komen. Een ministerpost is ook niet zo evident voor iemand die niet in het parlement zit. Maar veel wil ze over haar toekomstige uitdaging nog niet kwijt. "Het is nu eenmaal geen regering die cadeautjes kan uitdelen, maar we zullen er met de middelen die we hebben, het beste van maken."
Monica De Coninck is geboren op 21 maart 1956 in Oostende, en woont nu in Ekeren. Ze is gehuwd en heeft één zoon. In 1979 behaalde ze haar diploma moraalwetenschap aan de universiteit van Gent. Aan het begin van haar carrière was ze lerares zedenleer. Begin 1995 werd ze attaché bij het kabinet van de Vlaamse Minister Leo Peeters, toen minister van tewerkstelling en sociale aangelegenheden. Van augustus 2000 tot maart 2001 was ze adjunct-kabinetschef in het kabinet van Minister Charles Picqué, die toen economie en wetenschappelijk onderzoek in zijn portefeuille had. Vanaf 2001 werd ze voorzitter OCMW-Antwerpen en sinds 2007 is daarbij ook schepen van sociaal beleid, loketten en voorzitter OCMW.
Over Werk zegt ze vandaag in Het Belang van Limburg: "Het zal ontdekken worden. Maar ik vind werk zeer belangrijk. Werk garandeert niet alleen een inkomen, maar bepaalt ook of iemand een rol speelt in de maatschappij of niet. Eigenlijk zou iedereen recht moeten hebben op werk. Een moeilijke opdracht. Maar ik ga alvast proberen om daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen."
De uitdagingen op de arbeidsmarkt en in verband met tewerkstelling zijn groot. Eind september zei ze in Knack nog: "De nood aan goede werkkrachten is zo groot dat er volgens mij vandaag van discriminatie op basis van huidskleur nog nauwelijks sprake is. Ik spreek me niet uit over de rest van Vlaanderen, maar hier in Antwerpen is dat echt aan het veranderen. Zoals u weet lopen wij altijd voorop. (lacht) Ik heb sterk het gevoel dat diversiteit als zodanig zelfs niet meer ter discussie wordt gesteld. Mensen worden beoordeeld op andere kenmerken: zien ze er verzorgd uit, zijn ze beleefd, komen ze op tijd... Dáár kijkt een werkgever naar. Ik zie dat toch in winkelketens, in de verpleging, bij geneesheren - allemaal sectoren die sterk beginnen te verkleuren."
Ze sprak toen vanuit haar OCMW-functie, maar wellicht is volgende uitspraak ook geldig voor het arbeidsveld: "Je mag mensen niet doodpamperen, je moet hen de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven geven. Er is het systeem, en er is de eigen verantwoordelijkheid. Maar die kun je makkelijk testen. Als mensen mij zeggen dat ze werk zoeken maar niet vinden, dan kan ik meteen nagaan of ze eerlijk zijn. Ik geef hen gewoon een job, bij ons ruitenwasproject. Dan kunnen ze twee weken lang bewijzen dat ze wel degelijk willen werken, dat ze op tijd kunnen komen, dat ze hun best doen. Als dat het geval is, dan helpen wij hen om een betere job te vinden."
Opmerkelijk is dat ze in Knack ook zei: Ik heb ooit zeven maanden in het parlement gezeten. Dat was altijd mijn droom geweest. Ik kom uit een politieke familie en volksvertegenwoordiger worden leek mij het allerhoogste. Ik heb als kind nog bij Frank Van Acker op de schoot gezeten. Mijn ouders hebben zelfs het Volkshuis in Heist nog opengehouden. Nu, toen ik naar het parlement ging, had Patrick Janssens mij gewaarschuwd dat ik mij daar ongelukkig zou voelen. En dat klopte. Er wordt in het parlement veel te weinig gepraat over de concrete problemen van de mensen.’ Maar ze gaf meteen ook toe dat dat misschien een reden is om net wel in het parlement te gaan zitten.