Theoretisch gezien bestaat er misschien geen gebrek aan verpleegkundigen maar in de praktijk is het toch moeilijk mensen vinden. Reden daarvoor is de vele deeltijdse arbeid in de sector en de gebrekkige aantrekkelijkheid van bepaalde verpleegkundige en verzorgende functies en taken. Om de personeelstekorten op te vangen, worden vaak drie pistes naar voren geschoven: de aantrekkelijkheid van het beroep verhogen, een actief rekruteringsbeleid binnen de arbeidsreserve en internationale rekrutering.
Kleinschalig
Internationale rekrutering van gezondheidspersoneel in België is nog relatief kleinschalig, maar gaat in stijgende lijn. Binnen Europa rekruteert men het meest in Roemenië en Polen, buiten Europa in de Filippijnen en Libanon. Meestal gaat het om enkele tot enkele tientallen verpleegkundigen per jaar. De belangrijkste problemen hebben te maken met taal- en cultuurverschillen, ander takenpakketten, heimwee naar het thuisland en academische erkenning van de diploma’s. De meeste in België actieve artsen en verpleegkundigen van buitenlandse afkomst hebben echter een Belgisch diploma. Zowat 30 procent van de artsen en 15 procent van de verpleegkundigen die in het buitenland geboren zijn, hebben hun diploma ook in het buitenland gehaald.
De rekrutering van medisch geschoold personeel stoot echter op een aantal ethische grenzen, merkten de onderzoekers. Geschoolde mensen weghalen kan voor het land een aderlating betekenen als er niet voldoende geschoolden overblijven. De Wereldgezondheidsorganisatie schat immers het wereldwijde tekort aan gezondheidswerkers op 4,3 miljoen (cijfers 2006). Soms is de migratie een voordeel omwille van het sociale en economische rendement: minder concurrentie op de binnenlandse arbeidsmarkt, voorbeelden kunnen anderen aanzetten om ook hoger onderwijs te volgen,… Blijven deze mensen dan in eigen land, dan versterkt de kennis ook lokaal.
Ethische code
De jongste jaren hebben een aantal landen gewerkt aan een ethische code voor de aanwerving van medisch personeel in de ontwikkelingslanden. In 2010 werd de WHO-gedragscode in de World Health Assembly aangenomen. “Met de WHO-gedragscode ligt er een blauwdruk klaar om verder discussie in de Belgische context mee vorm te geven”, besluiten de onderzoekers. “De belangen van de landen van herkomst, de belangen van de landen van bestemming, de belangen van de individuele migranten, de rol van de overheden, van werkgevers en van intermediairen zoals rekruteringsbureaus komen hierin allemaal aan bod.”