In 2010 is 78,4 procent van de medewerkers in de social profit een vrouw, tegenover 46,7 procent gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Bijna 6 op 10 werken deeltijds: 28,1 procent van de mannen en 67,5 procent van de vrouwen, aldus Verso, de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen. Dat is heel wat meer dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt, waar slechts 3 op 10 deeltijds werken. Bovendien werken de deeltijders in de social profit minder uren dan gemiddeld in Vlaanderen. 33 procent van de deeltijders in de social profit werkt meer dan 75 procent van een voltijdse job, tegenover 39 procent op de Vlaamse arbeidsmarkt.
136 medewerkers voor 100 FTE
Per 100 voltijds equivalenten telt de social profit 136 medewerkers, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt slechts 119 medewerkers is. De social profit heeft dus 14 procent meer medewerkers nodig om het werk gedaan te krijgen dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Bruno Aerts, directeur Verso: “De komende jaren zal de social profit de juiste mix moeten vinden om deeltijdarbeid als troef verder uit te spelen, maar tevens om het arbeidsvolume geleidelijk te verhogen. In het Vlaams Intersectoraal Akkoord dat de sociale partners met de Vlaamse overheid afsloten op 2 december 2011 is bepaald dat de sociale partners uit de social profit samen oplossingen zullen uitwerken om het arbeidsvolume te verhogen. De invalshoek deeltijds werk moet zeker op de agenda staan.”
Jobs + 35%
Op zeven jaar tijd - tussen 2003 en 2010 - nam het aantal medewerkers in de social profit met 35 procent toe, terwijl de werkgelegenheid op de Vlaamse arbeidsmarkt in dezelfde periode slechts toenam met 7 procent. Daarbij wordt de werkgelegenheid in de socialprofitondernemingen van lokale en provinciale overheden niet eens meegeteld. In 2010 telde de social profit 267.563 medewerkers, wat bijna 70.000 medewerkers meer is dan in 2003. De social profit stond dan ook in voor meer dan de helft van de netto werkgelegenheidsgroei (+139.000) op de Vlaamse arbeidsmarkt tussen 2003 en 2010.
De recessie van 2008 had geen effect op de werkgelegenheid in de social profit. Integendeel, de toename bleef aanhouden. “Dit bewijst nog maar eens het crisisbestendig karakter van de tewerkstelling in de social profit, een extra troef om er te kiezen voor een job. Andere troeven zijn de geringe woon-werkafstand en het brede scala aan gespecialiseerde en generieke profielen”, luidt het bij Verso.