In België rijden 1,5 miljoen bedrijfswagens rond (personenwagens en bedrijfsvoertuigen). De nieuwe belasting treft 83 procent van de Belgen met een bedrijfswagen. Gemiddeld stijgt het belastbaar voordeel met 44 procent in het eerste jaar van het leasecontract. Op jaarbasis betekent dat een stijging met 893 euro tot 2887 euro.
Vroeger werden bedrijfswagens belast via een vast bedrag voor het woon-werkverkeer. De nieuwe belasting op bedrijfswagens houdt echter meer rekening met de cataloguswaarde en de CO2-uitstoot of de ‘voordelen van alle aard’. Het aantal privékilometers is niet meer van belang.
Nadelig dus voor wie een buitenfunctie heeft en veel rondrijdt, zoals vertegenwoordigers, medisch afgevaardigden en accountmanagers. Net omdat ze vaak in de auto zitten, verkiezen ze vaak een grotere, comfortabele en veilige (lees duurdere) wagen. Afgezet tegen he vast jaarsalaris levert deze groep het meeste loon in. Zo vertegenwoordigt voor een bediende met een commerciële buitenfunctie de bedrijfswagen 5,8 procent van het vast jaarsalaris. Bij directie- en kaderleden is dat 4,3 procent, hoewel de stijging van de voordelen van alle aard bij hen het sterkst is.
De regering wil met de nieuwe belasting uiteraard extra geld ophalen, maar ook het wagenpark vernieuwen en vergroenen. Bedrijven en werknemers laten nadenken over hun bedrijfswagenpolitiek is de boodschap. Waarschijnlijk resulteert de nieuwe belasting in goedkopere auto’s of een besparing op opties.
Kamerlid Luk Van Biesen (Open VLD) relativeert de impact van de nieuwe belasting. Volgens zijn berekening zou de bijdrage van een werknemer met minder dan 500 euro per jaar stijgen. “Als je de studie bekijkt, dan zie je dat het voordeel van alle aard gemiddeld stijgt met 890 euro bruto. Dat is belastbaar aan 50 procent, dus dan gaat het om 400 à 500 euro per jaar dat een werknemer met een bedrijfswagen moet bijbetalen", zei hij vanmorgen in “De Ochtend” op Radio 1.