De resultaten van de bevraging van 35.000 loon- en weddetrekkenden laten toe om genuanceerd te kijken naar arbeid. Toegevoegde waarde van dit werk is alleszins dat de redactie niet alleen aandacht besteedt aan negatieve stressreacties maar ook aan arbeidstevredenheid en bevlogenheid. Over het algemeen bevat deze studie vooral goed nieuws. Het ‘gemiddelde’ werk in Vlaanderen is van goede kwaliteit. Op sociaal vlak is het hier aangenaam werken. Negatief is de hoge geestelijke belasting en de eerder beperkte loopbaanmogelijkheden. Over het werk zelf zijn de respondenten vrij positief, over de hogere regionen in hun organisatie iets minder. Over het algemeen beleven de werkenden hun werk als plezierig, slechts in beperkte mate vermoeiend. Gaan werken slorpt niet alleen energie op. Het geeft ook energie. Enige nuance evenwel: het zijn vooral de arbeiders die minder plezier beleven aan hun werk (wegens armere werkinhoud) en kaderleden piekeren meer. Opvallend is dat de ‘arbeidsvitamines’ die nodig zijn om het welzijn op het werk te verhogen en het onwelzijn te reduceren vooral met de hulpmiddelen die bij dat werk te pas komen te maken hebben. Plezier en vermoeidheid worden blijkbaar ook door andere werkkenmerken veroorzaakt. Vaardigheidsbenutting en de afwezigheid van rolconflicten levert vitamines. Een overdaad aan werk echter leidt dan weer tot vermoeidheid en uitputting. Lectuur van dit boek toont hrm’ers dat ze de risicoanalyse omtrent werkbeleving beter breed zien, zodat ze een genuanceerd beeld krijgen van hun bedrijf. Dus peilen ze best ook naar afwisseling, vaardigheidsbenutting, inspraak, rolconflicten, ervaring van werkverandering, werkdruk, emotionele belasting en goede relaties met collega’s en leidinggevenden.